Op weg naar de Alpen, stevig klimmend op de fiets in het Zwarte Woud, zie ik een tiental jonge eksters enkele meters opvliegen, om een meter of 10 weer in het weiland neer te strijken. Dit fascinerende schouwspel herhaalt zich zo een keer of drie.
Later die dag, fietsend langs het Bodenmeer, besluit ik bij ‘Gästehaus zum Schiff’, heel aardig gelegen met een terras aan het water, te gaan lunchen. Wanneer bij navraag de ‘Wienerli’ op het menu knakworsten blijken, is de keuze wat te nemen snel gemaakt. ‘Kester en ik’ smullen er samen van.

Drie dagen later bereikte ik vroeg in de ochtend de top van de ‘Splügenpass’ op 2117 meter hoogte. Zoals iemand het raak verwoordde: alleen ik en mijn fiets, met Kester op mijn schouder.
Slechts voor de foto ook even op een andere plek.

Op zulke momenten ontkom ik niet aan de – onbeantwoordbare – vraag of Kester ook lol zou hebben gehad in dit soort uitdagende activiteiten, misschien zelfs een keer mee zou zou zijn gegaan …..