Sydney

Hoe maak je duidelijk wat het overlijden van een broertje en zoontje teweeg brengt in een gezin? Esmée beschreef de afgelopen drie jaren vanuit het perspectief van ons hondje Sydney, de steun en toeverlaat van Kester. Vanuit de beleving van Sydney laat Esmée zien wat er thuis gebeurt in de jaren dat Kester ziek is en wanneer hij uiteindelijk overlijdt. De verwarring van ons hondje als metafoor voor onze eigen ontreddering.

Het verhaal van Sydney

Toen ik acht weken oud was, werd ik opgehaald en mocht ik mee naar Groningen. Ik kwam bij een familie in huis met drie kinderen. Ze hebben een heel grote tuin waar ik heerlijk doorheen kan rennen. Ik ging in het begin naar puppycursus met Martine en vaak gingen Esmée en Kester mee. Ook mocht ik vaak mee om Kester van school te halen. En als hij dan uit de school kwam, werd ik heel erg blij. Kester ook.

     

Nadat we een zomer later een hele leuke vakantie hadden gehad, was er opeens een beetje verdrietige sfeer in huis. Ik begreep niet helemaal waarom. Daarom ging ik maar bij mijn baasjes op schoot zitten, zo kon ik ze een beetje troosten.

  

Wat ik niet zo leuk vond, was dat Kester soms een tijdje weg was. Gelukkig zag ik dan wel zijn gezicht op een schermpje en ook hoorde ik zijn stem. Als hij dan weer thuis was, was ik superblij. Ik ging dan gezellig bij hem op de bank of in bed, want daar lag hij vaak. Ik wilde graag met hem spelen, en rondjes rennen in de tuin, maar dat wilde hij niet meer zo graag doen. Na een tijdje was Kester niet meer zo lang weg. Maar hij reed wel vaak weg met Martine en Frans in de auto. Ik ging hem dan uitzwaaien, vanachter het raam of met Esmée. Gelukkig waren ze nooit zo lang weg, maar het was wel bijna elke dag hetzelfde. Eén keer mocht ik zelfs mee in de auto. We kwamen toen in een groot en druk gebouw. Ik vond het heel eng, maar gelukkig was Kester er en bracht ik hem gezelschap. Er waren momenten dat Kester leuk met mij kon spelen en uitlaten, maar soms lag hij dagen op de bank. We gingen steeds minder vaak naar Kester zijn school en ik zat daardoor minder vaak in het mandje voor op de fiets. Soms gingen ze nog wel met z’n allen een lange tijd weg en dan mocht ik bij opa en oma logeren. En begin 2018 ging ik ook vaak een dagje naar opa en oma, want ze moesten toen een hele dag ergens heen. Ver weg, helaas mocht ik niet mee. Een hele tijd later, toen het warmer werd, was Kester niet zo fit. Ik troostte hem door gezellig bij hem te liggen.

   

Ik dacht: ‘Kester, kom we gaan lekker spelen’, maar hij bleef daar maar liggen. Elke dag. Ik begreep er niks van. Ik miste zijn vrolijkheid en onze spelletjes. Ook de andere familieleden waren niet meer zo vrolijk en ik werd steeds minder vaak en minder lang uitgelaten. Gelukkig kwam oma dan langs en nam mij mee voor een lange ronde. Er kwamen ook veel onbekende mensen in huis. Ze gingen dan naar Kester toe en hem aanraken. Maar dat vond ik echt niet leuk en daarom ging ik Kester beschermen en de onbekende mensen wegjagen. Later kwam Kester niet meer op de bank liggen. Dan lag hij boven in bed. Gelukkig werd ik daar toen heengebracht, want bij Kester liggen vind ik heel erg fijn. Eén avond lagen we opeens met z’n vijven op een slaapkamer. Het voelde net als kamperen in de tent. Ik was heel moe en wilde naast Kester maar het was een onrustige avond. Opeens was er paniek en chaos. Eerst rende Martine de kamer uit en later Vivienne en Esmée. Kester bleef liggen en Frans zat naast hem. Later zat ik bij Esmée en Vivienne op het balkon. Er kwamen nog twee mensen langs die ik wel eens eerder had gezien. Ik snapte er helemaal niks van en vond die chaos maar niks. Dus ging ik maar in mijn mand liggen. De dagen erna waren heel anders dan alle andere dagen. En Kester was nergens te bekennen. Alleen maar gepraat en mensen. Ik kreeg de hele week niet zoveel aandacht. Een paar dagen later stond de tuin opeens helemaal vol met allemaal mensen. Super gek, dus ik ging maar bij oma zitten. Een dag later gingen we eindelijk weer eens een lange wandeling maken. Maar wat liepen er veel mensen achter ons aan! We kwamen uit bij een gebouw en daar waren ook wat onbekende mensen. En Martine, Frans, Vivienne en Esmée en een grote kist waar ik ook nog even op mocht zitten. Waar Kester was begreep ik nog steeds niet. Ik wilde wel weer naast hem liggen. Alle dagen die daarna volgden voelde anders. De sfeer in huis was anders en er lag niemand meer op de plek waar Kester eerst lag. Het was mooi weer dus ging ik maar een beetje spelen in de tuin. Ik mocht nog wel bij mijn baasjes in bed liggen, maar ook daar was Kester niet. Soms kwamen er mensen langs. Als de bel ging keek ik bij de voordeur wie het was. Maar waar Kester is? Ik begrijp het nog steeds niet …