Kester in Nijmegen

Al eerder schreef Esmée over haar minor die ze volgde in Nijmegen. Deze minor sloot perfect aan om bij haar wens op medisch pedagoog te worden. Wat er ook bij deze minor aan bod kwam, waren de onderwerpen kinderoncologie en rouw en verlies. Heftige thema’s voor haar, maar hieronder beschrijft ze hoe ze het heeft aangepakt, aan de hand van een deel van haar eindverslag.

“Ik wist van tevoren dat de thema’s kinderoncologie en rouw en verlies aan bod zouden komen. Ik wist dat deze thema’s mij gingen raken en dat het veel met mij zou gaan doen. Dat heeft het uiteindelijk ook gedaan, maar als ik erop terugkijk ben ik ook trots op hoe ik het heb aangepakt en wat ik eruit meeneem.
Tijdens de kinderoncologie weken vond ik het confronterend om er lessen over te volgen en dat ik de kennis die werd verteld eigenlijk al wist. Ik had eigenlijk gewild dat het nieuw voor mij zou zijn. Wel vond ik het bijzonder om mijn eigen ervaringen te kunnen gebruiken, zoals in het multi disciplinaire overleg dat ik moest voeren. Dit ging over een jongetje met kanker die het aanprikken van Port-a-Cath erg vervelend vond. Ik wist dit ook als zus, doordat ik het had gezien bij Kester. Maar ik kon hier nu ook als pedagoog verder op ingaan door tijdens het MDO te bespreken wat Teun uit de casus nodig heeft om het aanprikken zo prettig mogelijk te laten verlopen. Ik kon zowel als zus, ervaringsdeskundige en als pedagoog naar een situatie kijken en heb dat samengevoegd als bruikbare kennis en ook overgedragen aan medestudenten. Dit was een van de eerste keren dat ik dit zo allemaal tegelijkertijd kon toepassen en ik vond dat bijzonder om te ervaren.

Omdat ik het lastig vond om tijdens het thema kinderoncologie alles alleen maar te moeten aanhoren heb ik bij de docent aangegeven dat ik graag wat zou willen delen tijdens het thema rouw en verlies. Ik houd normaal helemaal niet van presentaties geven, maar ik heb naar mijn gevoel geluisterd. Zo kwam het dat niet de docent, maar ik een ‘les’ gaf tijdens dit thema. Ik heb mijn ervaring rondom het verlies van Kester gedeeld. Ik had hier natuurlijk liever helemaal geen ervaring in willen hebben, maar nu het mij is overkomen wil ik er ook iets mee kunnen doen. Door als ervaringsdeskundige over rouw en verlies te vertellen, de groep vragen te laten stellen en te zeggen wat je als hulpverlener zou kunnen doen als dit speelt, werd dit voor hun waardevol. Ook was dit voor mezelf erg waardevol. Niet alleen voor mijn zelfvertrouwen, maar het liet mij ook nog eens realiseren waar ik allemaal doorheen ben gegaan en wat voor stappen en ontwikkelingen ik de afgelopen tijd heb gezet en doorgemaakt*.

Doordat ik wel door deze moeilijke thema’s heen ben gegaan en dit ben aangegaan heb ik zowel op persoonlijk maar ook op professioneel vlak veel stappen gezet. Ik ben nog meer van mezelf tegengekomen, kan mij nog beter inleven in ouders en kinderen en weet ook hoe ik hun nu het beste kan begeleiden. Deze thema’s hebben mij als toekomstig pedagoog sterker gemaakt. Mijn uiteindelijke hoop is dat ik van mijn ervaringen en mijn verdriet, mijn kracht kan maken. Maar naarmate de minor vorderde en door de verschillende gesprekken die ik met mensen heb gevoerd kwam ik erachter dat ik dit eigenlijk al een beetje aan het doen was. Door de minor heb ik bij mezelf uitgetest of ik dat al aan zou kunnen en of ik het wel echt wilde. Het heeft mij laten inzien dat ik echt thuishoor in de medische zorg voor kinderen en het heeft mij veel zelfvertrouwen gegeven. Ik ga zeker nog veel moeilijke en confronterende momenten meemaken, maar ik heb wel iets gevonden waarmee ik in verbinding blijf met mijn broertje Kester.

Als afsluiting van de minor heb ik een eindpresentatie moeten geven over wat ik geleerd heb. Dit heb ik natuurlijk op mijn eigen manier aangepakt. Ik wilde iets wat in verbinding stond met Kester. De minor betrof het kwetsbare kind en Kester was, tijdens zijn ziekte, ook zeker kwetsbaar. Ik gebruikte Kester als het ware als mijn ‘casus’ waar ik mijn competenties op kon toepassen. Ik vertelde eerst over Kester vanuit mijn perspectief als zus (K-zus, dus ;-). Daarna vertelde ik over Kester vanuit mijn nieuwe perspectief als pedagoog, uiteraard ook met de nieuwe kennis die ik in de minor had opgedaan. Ik vond het heel mooi om het zo te doen, en ik heb het met een dikke voldoende afgerond.”

*: er is mij gevraagd of ik in een volgend semester een hoorcollege over mijn ervaringen wil geven tijdens het thema rouw en verlies. Ik vind het heel mooi dat ik gevraagd ben, maar twijfel nog wel.