Kestage

Esmée vertelt.

Donderdagmiddag 10 maart: mijn telefoon gaat. Beller ‘Anoniem’, zie ik op mijn telefoonscherm. Ik heb een vermoeden wie het is, alhoewel gezegd was dat de beslissing pas vrijdag zou worden genomen. Is dit een goed teken? De pedagoog die ik kort daarvoor tijdens een sollicitatiegesprek in het Martini Ziekenhuis heb gesproken, vraagt of ik al thuis ben. Als ik dat bevestig, geeft hij aan dat ik de stageplaats heb gekregen. “Yeah, I did it!” denk ik.

Ik mag vanaf september 10 maanden aan de slag als stagiar medisch pedagoog! Nadat ik ophang, word ik ook erg emotioneel. Hier heb ik drie jaar lang naartoe gewerkt. Hiervoor ga ik al een aantal weken naar Nijmegen om daar de minor ‘Het kwetsbare kind’ te volgen. Ik wil het goede nieuws zo graag met Kester delen. Tegelijk, als hij nog had geleefd, had ik misschien nooit voor deze stage gekozen.

Voor Kesters overlijden had ik namelijk nog heel andere plannen: voeding & diëtetiek studeren. Tijdens mijn min of meer noodgedwongen tussenjaar na zijn overlijden, borrelde er echter langzaam wat naar boven. Ik dacht na over wat ik had gezien tijdens Kester zijn bezoeken aan het ziekenhuis. Daar zag ik wat de medisch pedagogen voor Kester betekenden. En ik dacht na over wat ik nu eigenlijk zou willen gaan studeren. Ook dacht ik na over hoe ik voor andere kinderen iets zou kunnen betekenen, waarbij ik tegelijkertijd een verbinding met Kester zou kunnen voelen. En zo kwam ik erop uit dat ik medisch pedagoog wil worden.

In 2019 begon ik met de studie pedagogiek met één duidelijk doel voor ogen: pedagoog worden in een ziekenhuis. In het eerste jaar van mijn studie moest ik een verslag schrijven over verschillende gebeurtenissen in mijn jeugd. Uiteraard schreef ik ook over Kester. Zo schreef ik onder andere:

“Doordat ik vaak mee was naar het ziekenhuis, heb ik veel pedagogisch medewerkers gezien. Ik weet daardoor nu dat ik hetzelfde wil gaan doen, kinderen helpen die het moeilijk hebben. Als ik dan in het ziekenhuis werk denk ik dat ook wel een trots gevoel kan uitstralen naar mijn broertje en dat ik het ook echt wel een beetje voor hem doe.”

Nu, twee jaar nadat ik dat schreef, is het in zekere zin zover. Het duurt nog een paar maanden voor het echt begint, en weliswaar als stagiair. Maar ik kan straks aan de slag, met Kester in gedachten.